Nieuwe aftrekposten 2020

Welke aftrekposten zijn er of veranderen er?

29 november 2019 05 januari 2020

Het jaar 2020 staat voor de deur. Een nieuw jaar brengt vaak ook fiscale veranderingen met zich mee, zo ook in 2020. Met welke nieuwe aftrekposten en veranderingen kun je rekening houden?

Eerste hulp bij belastingzaken

1 januari wordt als datum vaak aangegrepen om veranderingen door te voeren. De veranderingen zijn ingegeven door de overheid die de koopkracht van de Nederlanders wil sturen. Met sommige veranderingen krijgen werknemers ook te maken en andere zijn specifiek voor ondernemers. Een aantal grote veranderingen in de aftrekposten zzp en mkb lichten we toe.

De zelfstandigenaftrek gaat omlaag

In 2019 is de zelfstandigenaftrek nog €7.280. In 2020 wordt de aftrekpost verlaagd naar €7.030. De jaren daarna volgt er ook weer een verlaging van €250 per jaar. Uiteindelijk volgt er nog een verlaging van €280 tot er in 2028 nog maar een aftrekpost resteert van €5.000.

Ook de kleineondernemersregeling (KOR) ziet er anders uit

Deze regeling geeft kleine ondernemers nu een belastingvermindering of een btw-vrijstelling als de btw-afdracht minder bedraagt dan €1.883. Vanaf 2020 krijgen kleine ondernemers met een omzet van minder dan €20.000 per jaar een vrijstelling van de btw-plicht. Je hoeft geen btw-aangifte meer te doen en dus ook geen btw meer in rekening te brengen bij je klant. Voor meer informatie kun je de website van de Belastingdienst raadplegen.

De regeling van de hypotheekrenteaftrek is minder aantrekkelijk in 2020

Huiseigenaren met een inkomen in de hoogste belastingschijf zullen merken dat de hypotheekrenteaftrek minder interessant is in vergelijking met het jaar 2019. De betaalde hypotheekrente voor de eigen woning is nu nog aftrekbaar tegen een tarief van 49%. In 2020 daalt deze aftrekpost naar 46%. In 2021 daalt het zelfs nog verder naar 43%. Ook de jaren daarna blijft deze aftrekpost dalen tot er nog maar ongeveer 37% van over is.

In 2020 stijgt de arbeidskorting

Vooral werkenden met een midden en hoog inkomen gaan netto meer overhouden door de stijgende arbeidskorting. Het werken moet meer gestimuleerd worden. Door ook te schuiven met andere kortingen moet de belastingdruk voor alle inkomens lager uitvallen. Hierdoor rekent iedereen een lager bedrag af met de Belastingdienst