'Ondernemer, organiseer je eigen interne tegenmacht'

Column Bart Groothuis | De vliegende Greenpeace-directeur

01 juli 2014

De afgelopen dagen heeft de Greenpeace-directeur de krant gehaald omdat hij twee keer per maand (eerst wekelijks) met het vliegtuig heen en weer pendelt tussen werk (Amsterdam) en thuis (Luxemburg). Ik word een beetje verdrietig als ik dit soort berichten in de krant over Greenpeace lees.

In dit artikel

Ik weet nog goed hoe in de jaren '70/'80 Greenpeace ieders sympathie wist te winnen en wereldfaam opbouwde. Zij brachten het doodknuppelen van zeehondjes met alle bloederige details in ieders huiskamer binnen op de pas aangeschafte kleurentelevisie. De reputatie van Greenpeace was in één klap gevestigd.

Halverwege de jaren '90 liep Greenpeace flinke imagoschade op door de Brent Spar affaire. Shell was voornemens de Brent Spar, een grote olieopslagboei, te laten afzinken. Willens en wetens had Greenpeace de schadelijke milieueffecten hiervan enorm overdreven. Ik vond het destijds onbegrijpelijk dat Greenpeace zo lichtvaardig omging met haar reputatie als door en door betrouwbare milieuorganisatie. Waarom was er intern niet voldoende tegenmacht tegen deze misleiding van het publiek?

Vorig jaar haalde Greenpeace ook met een vreemde actie het nieuws. De contributie van vaste donateurs werd ‘zomaar’ verhoogd. Hoe verzin je het, dacht ik toen. Is er niemand in die organisatie die zegt dat dat een heel dom idee is? Maar nu snappen we ook waarom de contributie omhoog moest. Er is een directeur in dienst die met het vliegtuig heen en weer gaat tussen werk en huis. En opnieuw: hoe verzin je het? Vanuit het perspectief van die directeur vind ik het nog niet eens zo gek allemaal: Een jong gezinnetje, woont net in Luxemburg en geen zin om het hele gezin te laten verhuizen voor papa’s werk. Nee, niets mis met die redenering. Maar idioot van de Greenpeace-organisatie om deze man in dienst te nemen. Greenpeace had moeten zeggen: “Of je neemt de baan en je verhuist of je krijgt de baan niet. We willen niet iemand die zo ver moet reizen voor zijn werk”.

Lef

In de krant lees ik ook nog, dat geen van de tweehonderd medewerkers in Greenpeace tegen de directeur zei, “Dit is onacceptabel”. Kijk, en als ik dat lees, word ik echt ongerust. Het kan in mijn ogen twee dingen betekenen. Of ze zijn het eens met het besluit dat er een directeur is die met het vliegtuig naar zijn werk gaat. En dat kan ik me eigenlijk niet voorstellen. Of, en dat lijkt me alleszins voorstelbaar: ze durven niets te zeggen!

Dat medewerkers niets tegen hun baas durven te zeggen zie je helaas vaker in bedrijven. Zeker in visionaire of bijna sektarische organisaties heerst een grote cultus van ‘volg-de-leider(s)’. Je kunt en mag geen kritiek hebben op de leider(s). Ook bij kleine familiebedrijven of organisaties met een grote ‘familiecultuur’ kom je dit wel tegen. Aan de oppervlakte is iedereen het eens, maar onderhuids broeit er van alles. Maar openlijk kan en mag er niets gezegd worden. Ook bedrijven met een ‘Bush-iaanse’ leider kennen dit fenomeen. Ik heb hier in een recent verleden ook mee te maken gehad. Zo’n directeur die, net als Bush, simpel stelt: “Je bent voor me, of je bent tegen me”. En als vervolgens iedere kritische opmerking gelabeld wordt als carrière-beperkende-opmerking, laat op een gegeven moment iedereen het wel uit zijn hoofd om ook nog maar één kritische opmerking te maken.

Tegenspraak

In eerste instantie lijkt dat vanuit het perspectief van ‘de baas’ best lekker. “Pfff, geen tegenspraak van mijn medewerkers. Heerlijk. Kunnen we eens flink meters maken.” Maar als je beter nadenkt, ontdek je snel dat dat niet verstandig is. Zonder interne tegenmacht en tegenspraak is er ook niemand die je behoedt voor het maken van blunders. Niet voor niets hadden verstandige leiders ook eeuwen geleden al hun interne tegenmacht geregeld; in de vorm van een hofnar. Iemand, die zonder dat dat meteen zijn kop kostte, tegenspraak durfde te geven.

Dé manier om die interne tegenmacht formeel te regelen is in Nederland tegenwoordig natuurlijk de Ondernemingsraad. Wettelijk verplicht bij bedrijven met meer dan vijftig medewerkers, maar gek genoeg zijn er nog steeds ‘bazen’ die dat allemaal maar linkse-hobby’s en ‘bij-ons-is-dat-helemaal-niet-nodig’ vinden. Vreemd eigenlijk dat dit soort ondernemers aangesloten kunnen zijn bij een brancheorganisatie of branchevereniging of zelfs ISO-certificeringen kunnen krijgen zonder zich wat dit betreft aan de wet te houden.

Mijn tip dan ook: ondernemer, organiseer je interne tegenmacht op een goede manier! Je hebt het nodig. Je hebt niets aan alleen maar ‘ja-knikkers’ om je heen.

Auteur

Bart Groothuis