10 tips om pech onderweg te voorkomen

Hoe voorkom ik pech, met weinig autokennis?
Iedereen die wel eens langs de weg heeft gestaan met een ‘lullig’ probleem dat makkelijk voorkomen had kunnen worden, weet hoe belangrijk het is om je auto te onderhouden. Vijf minuten koelvloeistof bijvullen weegt immers niet op tegen die uren die je kwijt bent als je motor midden op de A2 ineens besluit om over te koken. Maar wat moet je precies doen? Een aantal slimme tips voor de auto-leek.
Meer over het onderhoud van je auto?
Klik hier
Download het whitepaper over zakelijk rijden!
Naar MijnMKB
Om te beginnen is het slim om elke maand je vloeistoffen te checken. Je let daarbij op het oliepeil, je koelvloeistof, je ruitensproeivloeistof en je remvloeistof. Let op dat je je vloeistoffen nooit controleert als je pas gereden hebt: je kunt je erg verbranden. Koelvloeistof kan bij een warme motor zelfs als een loeihete fontein in je gezicht sproeien!
 

1. Oliepeil

Doe je motorkap open en draai aan het gele ringetje, je oliepeilstok. Trek hem eruit en veeg hem met een doek (die niet pluist!) schoon. Steek hem weer helemaal terug en neem de stok er weer uit. Kijk nu tot waar de olie komt. De olie moet tussen het ‘min’ en ‘max’-streepje op de stok komen. Heb je te weinig olie? Vul die dan voorzichtig bij (bijvoorbeeld met een trechter). In je onderhoudsboekje staat welke soort olie je auto nodig heeft. Vul beetje bij beetje en controleer tussendoor met je peilstok de stand. Vaak heb je aan een fles van een liter ruim voldoende, want tussen de ‘min’ en ‘max’-streepjes zit precies een liter.  

2. Bijvullen

Daalt je oliepeil snel, check dan eens of je auto olie lekt door er ‘s nachts een doek of een stuk karton onder te leggen. Ook als je auto niet lekt, betekent een hoog verbruik dat je het beste even bij de garage kunt informeren. In het algemeen hoort een redelijk nieuwe auto maar eens per jaar een bijvulbeurt nodig te hebben. Ook moet je olie af en toe worden ververst, maar dat is een grotere en ingewikkelder klus: misschien wil je die liever uitbesteden.
 

3. Koelvloeistof

Je motor heeft koelvloeistof nodig om niet oververhit te raken. De vloeistof zit in een redelijk groot vat/jerrycan die vaak wit van kleur is en een beetje doorzichtig. Daarop is ook te zien wat het peil is en wat het peil zou moeten zijn: dat wordt met streepjes aangegeven. Check dit wel als je auto op een platte ondergrond staat. Ook hier kun je in je instructieboekje vinden welke vloeistof jouw auto nodig heeft. Verkeerde vloeistof kan flinke schade tot gevolg hebben, dus wees hierin kieskeurig!
 

4. Sproeivloeistof

Schone ruiten met goed zicht zijn geen overbodige luxe als je raam beslaat met viezigheid, vliegjes of pekel. Zeker in de winter heb je daarom vriesvaste ruitensproeivloeistof nodig. In de zomer kun je als noodoplossing ook gewoon kraanwater gebruiken, maar dan moet je er op tijd aan denken dit te vervangen: in de winter kunnen je leidingen daardoor kapotvriezen en dat kost een flinke duit meer dan gewoon een flesje goede vloeistof. Overigens kun je antivries-vloeistof best (een beetje) met water verdunnen. Je vindt de dop makkelijk door het ‘sproei’-icoontje dat erop staat.
 

5. Remvloeistof

Als je weinig van auto’s weet, laat je je remvloeistof het beste over aan de garage. Ten eerste verschilt het erg per auto welke soort nodig is. Ook is het behoorlijk agressief spul, dat je lak (en als je pech hebt nog veel meer dan dat) vernielt als je per ongeluk morst. Wel kun je in een oogwenk zien of je nog voldoende hebt: kijk naar de hoofdremcilinder met het reservoir, dat zit vaak bovenin de motorkap aan de bestuurderskant en de dop heeft het remlogo: een uitroepreken in een rondje. Ook hier staan er maatstreepjes op de cilinder.  
 

6. Banden checken

Een te lage bandenspanning kost meer brandstof, maar de banden slijten ook meer aan de zijkant, omdat ze daar meer op rijden. Daar is de zijkant niet op gemaakt: de ‘wangen’ zijn wat zachter, dus je vergroot de kans op een klapband. Bij veel tankstations kun je zelf de spanning opmeten en je banden waar nodig verder oppompen. Meestal moet de bandenspanning zo’n 2.2 bar bedragen, maar in je portiersponning linksvoor (of in je tankklepje) kun je exact vinden hoeveel bar jouw banden nodig hebben. En als je toch bezig bent, kijk dan of je de hand kunt leggen op een profieldieptemeter: je moet wettelijk minimaal 1,6 milimeter diepte in de groeven hebben (maar meer is natuurlijk veiliger).
 

7. Klein leed

Een andere belangrijke tip: blijf niet te lang doorrijden met kleine mankementen. Dat sterretje in je voorruit doorbreekt de weerstand van je raam en zorgt dat je veel makkelijker barsten krijgt (en dat je ruit ook sneller aan diggelen ligt bij die kapseizende meeuw). Dat scheurtje in je ruitenwisser zorgt dat je op cruciale momenten geen zicht hebt. En dat dashboardlampje brandt niet voor de sier. Goed functionerende auto’s horen bovendien geen vreemde geluiden te maken.
 

8. Accu

Het kan nooit kwaad om voor de winter in alle hevigheid losbarst je accu te laten controleren. Ook accu’s van nieuwe auto’s kunnen problemen geven in de kou. Veel garages houden bovendien jaarlijks een winter-checkup, waar je voor weinig geld je auto onder een vergrootglas kunt laten houden. Was je auto in de winter wat vaker: de pekel op de weg vreet aan je carrosserie en dat zorgt voor roest.
 

9. Rijstijl

Je rijstijl is van grote invloed op de slijtage van je auto. Als je begint met rijden is je motor nog koud: je spaart hem als je rustig optrekt en niet direct gaat testen of alle pk’s nog op hun plek zitten. Door rustig uit te rollen en op de versnelling af te remmen, slijten je remblokken minder hard. Wees ook voorzichtig met je schakelbak: optrekken in een te hoge versnelling of je koppeling niet diep genoeg indrukken onder het schakelen (‘tanden poetsen’) is funest en dat kan een dure reparatie worden. Tot slot zorgt rustig rijden voor minder bandenslijtage en minder brandstofverbruik.
 

10. Toch pech

Sta je toch ineens langs de vluchtstrook? Bel direct hulp en probeer je telefoon niet leeg te laten lopen met onnodig gebruik: je kunt hem nog nodig hebben. Zet je auto zo ver mogelijk in de berm, zet een gevarendriehoek neer (of zet je knipperlichten aan) en blijf niet in de auto: stap als het kan naar de andere kant van de vangrail. Pech kan je altijd overkomen, dus in de winter wil je dus misschien graag een warme deken en wat te drinken in de auto hebben.

Vraag niet beantwoord of nog een vraag?

MKB Servicedesk helpt je graag verder!

Dossiers

Praat met ons mee op

Van Spaendonck Groep B.V
Postadres
Postbus 90154
5000 LG . Tilburg

Bezoekadres:
Reitseplein 1
5037 AA . Tilburg
Tel: 088 652 00 50

Toegevoegd

U kunt verder winkelen of de bestelling afronden.

Afronden
MKB Servicedesk maakt gebruik van cookies
/7158/cookieverklaring-mkb-servicedesk.htm
 Meer informatie
 Melding sluiten