Een concurrentiebeding of een relatiebeding?

Wat is het nut van een concurrentie- of relatiebeding?

13 september 2013

In veel arbeidsovereenkomsten wordt standaard een non-concurrentiebeding opgenomen. Dat beding beperkt je werknemer om binnen een bepaalde periode of binnen een bepaalde afstand voor een concurrent werkzaam te zijn. Maar aan welke voorwaarden moet zo'n beding voldoen wil het geldig zijn? En wat is het verschil met een relatiebeding?

Eisen aan een concurrentiebeding

Een concurrentiebeding is een beding dat tussen een werkgever en een werknemer wordt overeengekomen en wat de werknemer in zijn mogelijkheden beperkt om na het einde van het dienstverband op een bepaalde wijze werkzaam te zijn. Wil een concurrentiebeding geldig zijn, dan moet je dat schriftelijk met je werknemer zijn overeengekomen. Heb je dus alleen een mondelinge afspraak over de toepasselijkheid van een concurrentiebeding gemaakt, maar heb je dat beding vervolgens niet opgenomen in de schriftelijke arbeidsovereenkomst, dan is er dus geen sprake van een rechtsgeldig concurrentiebeding.

Verder geldt dat je alleen een concurrentiebeding kunt overeenkomen met een meerderjarige werknemer, dus met een werknemer van 18 jaar of ouder. Neem je een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst op van iemand die jonger is dan 18 jaar, dan geldt dat dus niet, ook niet als de arbeidsovereenkomst na zijn 18e gewoon doorloopt.

Geen wurgbeding

Is het concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst dusdanig geformuleerd, dat je werknemer bijna nergens anders meer aan de slag kan, dan loop je de grote kans dat hij naar de rechter zal stappen en om vernietiging of matiging zal vragen. De rechter zal dat daar dan vaak in meegaan als het beding al te rigide uitwerkt. Bepaal je bijvoorbeeld dat je werknemer binnen Nederland niet meer werkzaam mag zijn, terwijl je bedrijf een sterk lokaal karakter heeft, dan zal de rechter dit beding vaak ongeldig verklaren.

Toch ruim formuleren

Aangezien het vaak moeilijk is om vooraf te bepalen of een concurrentiebeding bij een rechter stand zal houden, lijkt het sterk beperken van het beding het antwoord. Toch kunt je dat maar beter niet doen. Omdat je werknemer met dezelfde onzekerheid worstelt, zal hij bij vertrek vaak aan je vragen om af te zien van toepassing van het concurrentiebeding. Je kunt dan met hem gaan onderhandelen en de meest scherpe kantjes van het beding afslijpen, terwijl het beding op de meest wezenlijke onderdelen voor je gehandhaafd blijft.

Relatiebeding

De scherpe kantjes kun je er ook afslijten door het concurrentiebeding om te zetten in een relatiebeding. Dan mag je werknemer wel bij een concurrent gaan werken, maar mag hij geen zaken gaan doen met de relaties die je samen met hem bent overeengekomen en schriftelijk hebt vastgelegd. Zo'n relatiebeding is een vorm van een concurrentiebeding.

Auteur: mr. H.J. van Amerongen