Nederland nog steeds aantrekkelijk voor investeerders

Wel inspanningen nodig om aantrekkingskracht te behouden

15 december 2009

Nederland is nog steeds aantrekkelijk voor buitenlandse investeerders, maar er moeten flinke inspanningen gedaan worden om dit zo te houden. Uit onderzoek van Ernst & Young blijkt dat in 2006 95 van alle Europese investeringsprojecten in Nederland zijn terechtgekomen. Dit is een toename van 16% ten opzichte van 2005. Nederland heeft daarmee haar marktaandeel van 2,7% behouden en stijgt van een dertiende naar een twaalfde plaats. Twee jaar geleden stond Nederland nog op de zestiende plaats.

Ernst & Young heeft in samenwerking met het ministerie van Economische Zaken voor de tweede maal onderzoek gedaan naar de aantrekkelijkheid van het Nederlandse vestigingsklimaat. Dit onderzoek is uitgevoerd onder tweehonderd executives van vestigingen van internationale ondernemingen, die in Nederland en daarbuiten gevestigd zijn.

Uit het onderzoek blijkt verder dat 26% van de ondervraagden verwacht dat het Nederlandse vestigingsklimaat de komende drie jaar zal verbeteren. Om deze verwachtingen waar te maken, zal Nederland nog wel een flinke inspanning moeten plegen. 'Op het gebied van distributie en logistiek verliest Nederland momenteel terrein aan landen als België en Duitsland. Ook ten aanzien van hoofdkantoren wordt Nederland geconfronteerd met een daling in het aantal investeringen. Dit alles gebeurt in een veranderend Europees speelveld en een steeds sterker concurrerende markt. Conclusie: er is weinig reden om achterover te leunen', aldus Jan Siemons, partner bij Ernst & Young.

'Nederland heeft voldoende kwaliteiten in huis om zich zelfverzekerd te positioneren in de markt voor buitenlandse investeringen,' vervolgt Siemons. 'Zo zou Nederland de promotie-inspanningen meer kunnen focussen door prioriteiten te stellen in het aantrekken van bepaalde sectoren en type investeringen. Op deze manier kan Nederland bij het aantrekken van logistieke centra, R&D-centra en Europese hoofdkantoren op haar sterke punten kapitaliseren.'

Een sterkere focus op de werving van buitenlandse R&D-activiteiten is een van de speerpunten van de acquisitiestrategie waarover het ministerie van Economische Zaken in augustus 2006 rapporteerde aan de Tweede Kamer. De resultaten van de Directie Buitenlandse Investeringen in Nederland (DBIN) van het ministerie vertoonden tussen 2005 en 2006 reeds een opvallende stijging in het aantal R&D-projecten. 'Deze stijging heeft zich in 2007 voortgezet, het aantal R&D-projecten is gedurende het afgelopen jaar wederom verdubbeld ten opzichte van het jaar daarvoor', aldus Frank Heemskerk, staatssecretaris van Economische Zaken.

De keuze van de Nederlandse politiek voor het invoeren van een aantrekkelijker belastingklimaat blijkt al duidelijk waargenomen door besluitvormers in het internationale bedrijfsleven, maar ook onze buurlanden zitten op dit gebied niet stil. De recent ingevoerde 'patent box' en 'interest box' zijn andere voorbeelden van concrete initiatieven om R&D, hoofdkantoren en treasury-activiteiten aan te trekken. Het is hierbij van groot belang dat overheden en private partijen zich gezamenlijk inzetten om Nederland te promoten bij potentiële investeerders. 'Een goed begin hiervan is het initiatief om Nederland te positioneren als een aantrekkelijke locatie voor financiële instellingen door het opzetten van 'Holland Financial Center', aldus Siemons.

Bron: persbericht Ernst & Young 8 januari 2008