Steeds meer ouderen werken langer door

Arbeidsdeelname van ouderen stijgt met zo?n twee procent

15 december 2009

Steeds meer ouderen tussen de 55 en 65 jaar werken. Vorig jaar werkte 41,7 procent, tegen 39,7 procent in 2005. Staatssecretaris Aboutaleb van Sociale Zaken en Werkgelegenheid schrijft dit aan de Tweede Kamer bij de voortgangsrapportage over het Kabinetsstandpunt

Vooral vrouwen tussen 55 en 59 jaar werken steeds vaker: in 2005 werkte 38,3 procent van hen, in 2006 42,7 procent. Dit percentage is de afgelopen tien jaar zo goed als verdubbeld. Bij mannen is een geringere stijging te zien van 72,2 procent in 2005 naar 73,2 procent in 2006. Vooral bij de ouderen van 60 tot 65 jaar is nog veel winst te boeken, zo blijkt uit de voortgangsrapportage. Het aandeel werkenden stijgt daar wel, maar is nog relatief gering: nu werkt 20,8 procent van die ouderen: 28,8 procent van de mannen (was 25,1 procent in 2005) en 12,8 procent van de vrouwen (was 11,5 procent). Gemiddeld stoppen mensen op 61 jarige leeftijd met werken. Ook is de arbeidsdeelname van mannen tussen de 45 en 55 jaar in 2006 nog steeds lager dan rond de eeuwwisseling.

Actieteam talent 45+

De staatssecretaris toont zich in zijn brief aan de Kamer bezorgd over de werkloosheid onder ouderen. Die ligt met 5,1 procent boven het gemiddelde in Nederland van 4,7 procent. Aboutaleb stelt daarom binnenkort het actieteam ‘talent 45+’ in. Die moet een gezamenlijke aanpak door werkgevers, re-integratiebedrijven, gemeenten en uitvoeringsorganisaties stimuleren. Ook zal het actieteam het stokje overnemen van de regiegroep ‘Grijs Werkt’, als die stopt aan het einde van het jaar. De staatssecretaris stuurde de Kamer ook een rapportage van de regiegroep. Daaruit blijkt dat die er de afgelopen jaren goed in geslaagd is om de noodzaak van langer doorwerken te agenderen en de beeldvorming van ouderen positief te beïnvloeden.

Steeds meer cao-afspraken over langer doorwerken.

Uit een onderzoek naar 121 cao’s uit 2006 blijkt dat werkgevers en werknemers steeds vaker speciale afspraken maken om werknemers langer in dienst te houden. Die gaan over loopbaanbegeleiding, scholing en aanpassing van arbeidstijden voor ouderen. Aboutaleb heeft het onderzoek, getiteld ‘Perspectief op langer doorwerken’, ook naar de Kamer gestuurd. De 121 onderzochte cao’s gelden voor 5,3 miljoen werknemers: tachtig procent van alle werknemers in Nederland die onder een cao vallen. In 56 procent van de cao’s komt het begrip ‘oudere werknemer’ voor, in 29 procent de term ‘leeftijdsbewust personeelsbeleid.’ Een op de tien cao’s bevat afspraken over werving en selectie in verband met langer doorwerken. De meeste cao’s bevatten specifieke afspraken voor oudere werknemers om hen langer aan de slag te houden. Zo bevat een kwart van de cao’s de mogelijkheid om door te werken na het pensioen. Verder gaan veel afspraken over aanpassen van de werktijden en arbeidsduurverkorting.

Eerder stoppen met werken is mede als gevolg van ontmoedigende wettelijke maatregelen, in vergelijking met vijf jaar geleden veel minder populair geworden. De mogelijkheid om eerder te stoppen met werken is in veel cao’s verdwenen. In 2001  golden vut-afspraken voor 83 procent van de werknemers vallend onder een cao, in 2006 is dat slechts 11 procent.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid